Over de Schrijver

Swami Dayanand Saraswatie

Dayananda Saraswati werd in 1823 geboren in Tankara in Morvi. Aangenomen wordt dat hij oorspronkelijk Dayaram Mulshankar heette. Zijn vader behoorde tot de kaste der brahmanen; hij was zeer godsdienstig en een aanhanger van Shiva. Het sprak dus vanzelf dat Mulshankar zeer religieus werd opgevoed. Daarom nam zijn vader hem mee naar de tempel. Het verhaal gaat dat Mulshankar tijdens een wake tijdens het Shivarartrifeest (Mahashivaratri, de nacht van waken voor Shiva) als enige van de aanwezigen wakker bleef en toen zag dat de muizen het voedsel opaten dat aan Shiva geofferd was. Dit maakte zo’n diepe indruk op hem dat hij vanaf dat ogenblik alle verering van beelden vaarwel zei.

Toen zijn vader en moeder een bruid voor Mulshankar hadden uitgezocht, besloot hij te vluchten. Zijn ouders lieten naar hem zoeken. Hij werd gevonden, maar korte tijd later lukte het hem weer om weg te komen en deze keer lukte het hem ook om weg te blijven. Als een asceet zwierf hij door het noorden van India.

Bron: Wikipedia

Zijn Visie

Ik geloof in een religie gebaseerd op universele en eeuwig geldende principes die al van oudsher als waar wordt geaccepteerd door de mensheid, en ook voor de toekomst geldend zal blijven. Het gaat om de oorspronkelijke eeuwige religie. Deze religie staat boven de vijandigheid van de mensen onderling. Dat wat onwetende mensen en anderen die door sektes zijn beïnvloed prediken is het niet waard door de wijzen te worden gevolgd. Alleen die religie is het waardig om te worden gevolgd die door de waarachtige, zij die waar zijn in woord, daad en gedachte, algemeen welzijn nastreven, onpartijdig zijn en geleerd zijn. Al hetgeen dat door deze waarachtige wordt verworpen is het niet waardig om je druk over te maken.


Mijn begrip van God en alle andere objecten in het universum is gebaseerd op de leer van de Veda’s en alle andere ware Shastra’s, en is in overeenstemming met de leer van de zieners, vanaf Brahma tot en met Jaimini: “Ik geef u een statement van mijn overtuiging ter acceptatie door alle weldenkende mensen. Voor mij is alleen dat het waard om te worden geloofd en nagejaagd dat door alle mensen van alle tijden van toepassing is. Het is nooit mijn bedoeling geweest om een nieuwe sekte te beginnen. Mijn enige doel is om de waarheid te achterhalen en anderen te helpen deze te vinden, valsheid te verwerpen en anderen te helpen dit ook te kunnen doen. Was ik vooringenomen geweest dan had ik een van de heersende sektes in India opgehemeld. Maar dat doe ik niet. Maar in tegendeel, ik steun geen van de valse leringen geldende in India of welk ander land, noch ben ik tegen dat wat goed is en in harmonie met de lering van de ware religie. Het is een mens onwaardig om in tegenstelling te leven.”


Hij alleen kan als mens worden gewaardeerd die beschikt over een gevoelig natuur en hetzelfde gevoel heeft voor anderen als hij heeft voor zichzelf, geen angst kent voor het onrechtvaardige hoe machtig die ook zijn, maar angst heeft voor de deugdzame hoe zwak die ook is. Nog meer, hij moet zich tot het uiterste inzetten voor de rechtvaardige, om ze vooruit te helpen, en zich waardig tegenover ze opstellen hoe arm en zwak ze ook mogen zijn en hoe verstoken ze ook mogen zijn van materiële rijkdom. En hij moet zich steeds inzetten om nederig tegenstand te bieden aan de kwaadaardige heersers van de aarde hoe machtig ze ook mogen zijn. Met andere woorden een man moet zich inzetten voor zover zijn macht reikt om onrecht te bevechten en rechtvaardigheid te versterken. Hij zal misschien ontberingen moeten doorstaan, zelfs de dood onder ogen moeten zien bij uitvoeren van dit plicht, maar om menselijkheid mag hij niet terugdeinzen.